++32 (0) 476 52 69 10
info@itrainmyhorsesbrain.com

Clickerskilled 2 Riding

Assessment

Na het behalen van je clickerskilled 1-label is het tijd voor clickerskilled 2! Je kan je oefeningen live laten zien, maar je kan ook een filmpje opsturen. Het filmpje moet niet in één keer opgenomen worden (dat wordt anders bij sommige oefeningen voor latere labels); een paar oefeningen per filmpje kan dus wel. De voorkeur gaat toch uit naar zo veel mogelijk oefeningen na elkaar gefilmd. Assessment-filmpjes die té veel knip-en-plakwerk zijn worden niet aanvaard.

Dit is géén gemakkelijk label om te halen; onderschat het niet!

We zien liefst het paard terug waarmee je je clickerskilled 1 hebt gehaald, omdat we op die manier het best kunnen zien hoe hoe je paard is getraind, maar ook dat je bent geëvolueerd als clickertrainer.

Er zijn twee clickerskilled 2-labels: clickerskilled groundwork en clickerskilled riding. In het riding-label zit op het rijden voorbereidend grondwerk.
Je hoeft natuurlijk niet te kiezen: je mag allebei doen, als je dat wil.

Nadat je je clickerskilled 2-label hebt gehaald, kan je beginnen aan het clickerskilled 3-label, en/of aan het clickercoach 1-label.

Wat je kan laten zien voor de rijwerkbadge

Het CS2-R-label wordt gegeven voor het bereiken van een basisniveau voor rijden.
Je laat in minstens 12 oefeningen zien dat je begrijpt hoe cues werken, in het bijzonder rijhulpen. Criteria voor dit certificaat zijn de ontspanning van het paard, de keuze van de oefeningen (geschikt voor het paard zonder te gemakkelijk te zijn), de afwerking van de oefening en de stimuluscontrole. De criteria kan je zelf combineren: sommige onderstaande puntjes mag je dus gerust in één oefening samenstoppen.
De oefeningen zijn volkomen naar keuze.
Alle vorige criteria van het clickerskilled 1-label blijven uiteraard gelden.

 

  1. Twee oefeningen zijn grondwerk-oefeningen die in verband staan met rijden.
  2. Je toont de basis-rijhulpen in stap. Daarbij combineer je druk als veranderingscue met de bridge. De druk mag enkel als cue dienen, niet als motivator (het is niet de druk die de oefening veroorzaakt; de druk mag enkel als cue functioneren).
  3. Minstens 2 oefeningen worden uitgevoerd in 2 verschillende omgevingen.
  4. Eén oefening is ontstaan als een freeshaping-oefening die nu op cue staat.
  5. Eén oefening is een target-oefening waarbij de target het paard vertelt wat de oefening is, maar waarbij het paard duidelijk wacht tot wanneer jij de cue geeft voor het mogen uitvoeren van de oefening (groen licht-cue). Al wat je doet is mee-passagieren, zonder sturen of tempo bepalen.
  6. Eén oefening toont rijden over en/of door één of meerdere obstakels.
  • Bij een rij-oefening mag de cue enkel van optoming of lichaamscues (aka ‘hulpen’) komen.
  • Alle cues zijn zo klein mogelijk en met een minimum aan druk of lichaamstaal.
  • Geen enkele cue mag van een touw, zweep, carrotstick…e.d. komen, tenzij het voorwerp duidelijk niet kan worden gebruikt om de oefening via druk uit te lokken (omdat het bijvoorbeeld als target gebruikt wordt).
  • Er is geen vertraging na het voelen van de cue; het paard voert alle oefeningen onmiddellijk, ontspannen maar gefocust, zonder aarzeling en vloeiend uit. Alle oefeningen tonen een constante kwaliteit.
  • Het paard heeft z’n aandacht de hele tijd bij de trainer. Het paard voert alle oefeningen uit tot hij de bridge hoort of tot hij een andere cue (hulp) krijgt, zonder ondertussen afgeleid te zijn, zonder extra aanmoediging of zonder een nieuwe cue nodig te hebben, in een regelmatig tempo.
  • De trainer toont dat hij/zij het tempo, de richting en de positie van het paard bepaalt.
  • Het paard reageert duidelijk op het horen van de bridge.
  • Bij het bridgen onder het zadel houdt het paard ontspannen halt zonder abrupt op de voorhand te vallen. Je toont dat het paard de beloning van beide kanten vlot aanneemt (dit hoeft (nog) niet aan beide kanten even vlot te gaan).
  • Het beloningsmoment beëindigt wel de oefening, maar hindert het verloop van de training niet.
  • Het paard hoeft nog niet nageeflijk (of in aanleuning gereden) te zijn; het gaat om het begrijpen van de basishulpen. We willen wel al een begin van regelmaat en tact zien.
  • Het dragen van een rijhelm is ten zeerste aanbevolen. We zien het rijden liefst bitloos.
  • Als je opstappen toont, stap je bij voorkeur op van een opstap-krukje, waarbij je paard niet wordt vastgehouden door iemand anders.

Meer informatie